The Early Philosophers

DE EERSTE BEMANNEN VLUCHT

Bronnen

De Milesiërs. De filosoof-wetenschappers die volgens de traditie de vroegste zijn, waren allemaal Milesianen uit de zesde eeuw, inwoners van de welvarende stad Milete aan de zuidkust van het huidige Turkije. De informatie over hen is mager, en met uitzondering van een enkele zin die bijna een millennium later wordt aangehaald, hebben we geen directe toegang tot hun werk. Onze fragmentarische verslagen van hun theorieën zijn in feite meestal afkomstig van samenvattingen die veel later zijn geschreven, en van auteurs die hun eigen motieven hadden om het ene of het andere idee aan een bepaalde denker toe te schrijven. Geleerden moeten uiterste voorzichtigheid betrachten bij het presenteren van Milesiaanse ideeën en ook bij het interpreteren van hun betekenis.

Hemel en aarde. Beschikbaar bewijs duidt op twee hoofdrichtingen of doelstellingen van Milesiaans onderzoek. Enerzijds hielden ze zich bezig met het onderzoeken van specifieke natuurlijke fenomenen, zoals aardbevingen, blikseminslagen en het gedrag van dieren. Hier lijken ze bewijs te hebben verzameld en zochten naar de eenvoudigste en meest uitgebreide uitleg van wat die verschijnselen waren en hoe ze werkten. Aan de andere kant hadden ze ook een veel bredere, kosmologische interesse in de ultieme aard van de werkelijkheid: waar het universum van is gemaakt, waar het vandaan kwam en welke processen lijken te bepalen hoe het werkt. Vanwege hun blijvende bezorgdheid over de fysieke realiteit, noemden latere generaties Griekse denkers hen phusiologoi (natuurwetenschappers).

Thales. Een van de Milesiërs, Thales, zou aardbevingen hebben verklaard door te beweren dat de platte schijf van de aarde drijft op een oceaan van water waarvan de golven heftige trillingen veroorzaken op het land erboven. Hoewel het verhaal dat hij met succes een zonsverduistering voorspelde in het jaar 585 v.Chr. hem waarschijnlijk meer astronomische vaardigheid toekent dan hij feitelijk bezat, wijst het op een vroege interesse in wat de latere Grieken ta meteora noemden (‘de dingen boven de lucht’). Sommige bronnen noemen zelfs een boek van Thales met de titel Nautical Astronomy – terwijl anderen beweren dat hij twee boeken heeft geschreven, On the

Solstice en On the Equinox – maar aangezien er niets van over is gebleven, is het onmogelijk om hun inhoud te bepalen.

Anaximander. Theorieën over bliksem en donder worden toegeschreven aan zijn jongere tijdgenoot Anaximander. Deze geleerde ontwikkelde ook een theoretisch model van het zonnestelsel: een cilindrische aarde met een platte bovenkant in het midden is omgeven door drie concentrische ringen van vuur. Deze ringen zijn verborgen door mist die op plekken dunner wordt om gaten te maken waardoor het vuur zichtbaar wordt voor waarnemers op aarde. De dichtstbijzijnde ring heeft het grootste aantal perforaties en biedt dus een glimp van sterren; de volgende, met slechts één gat, toont de maan; en de meest afgelegen is dat van de zon. Verduisteringen worden veroorzaakt wanneer de gaten ofwel smal of anders volledig (maar altijd tijdelijk) sluiten. Anaximander kende ook specifieke breedtes toe aan elke ring, berekend in termen van de diameter van de aarde: de ring van sterren is negen keer zo groot, terwijl die van de maan en de zon respectievelijk achttien en zevenentwintig keer zo breed zijn. De geometrische verhouding is belangrijk, omdat het een interesse aangeeft in het gebruik van wiskunde als middel om de fysieke werkelijkheid bloot te leggen en te meten. Deze belangstelling bleef sterk gedurende de geschiedenis van de Griekse wetenschap.

Menselijke evolutie. Anaximander zou ook hebben beweerd dat mensen voor het eerst in een waterige omgeving zijn ontstaan als visachtige wezens en pas na een lange periode van dracht en ontwikkeling een menselijke vorm hebben aangenomen. Hoewel deze theorie nauwelijks een evolutie is, suggereert het verslag toch dat Anaximander fossielen heeft verzameld en verschillende soorten zeeleven heeft waargenomen. Het wijst in ieder geval op de grote verscheidenheid en reikwijdte van Milesiaanse interesses, die de nu onderscheiden wetenschappen van fysica, geologie, meteorologie, astronomie en biologie omvat.

Aristotelische invloed. Het is voor de kosmologie – de theorie van de oorsprong en fundamentele aard van de wereld – dat de Milesiërs het meest bekend zijn. Hier is echter de grootste voorzichtigheid geboden, aangezien onze belangrijkste bron voor de Milesiaanse kosmologie de filosoof Aristoteles is, die zo’n tweehonderd jaar later leefde. In de loop van zijn onderzoek leverde Aristoteles in feite wat de eerste geschiedenis van de Griekse wetenschap en filosofie zou kunnen worden genoemd. Hoewel hij een onschatbare bron van informatie is die anders misschien voor ons verloren zou zijn gegaan, had Aristoteles ook de neiging om vroegere Griekse denkers te presenteren als de voorlopers van zijn eigen denkstijl, en dit had op zijn beurt vaak de neiging om hun ware ideeën en motieven verkeerd voor te stellen. / p>

Materiële oorzaak. Volgens Aristoteles stelde elk van de Milesianen een ander antwoord voor op de vraag waaruit materiële dingen zijn gemaakt – wat hij zelf de ‘materiële oorzaak’ van de wereld noemde.Thales zei naar verluidt dat het water was; Anaximander noemde het de Grenzeloze (afeiron); en een derde Milesiaanse denker, Anaximenes, beweerde dat het lucht was. Wat elke denker precies bedoelde, is misschien onmogelijk te achterhalen, maar ze stelden waarschijnlijk een andere vraag dan Aristoteles later naar voren bracht.

Water. Als Thales eigenlijk dacht dat water de sleutel was, in de zin van de primaire substantie waaruit alle dingen zijn gemaakt, is er geen enkele aanwijzing bewaard gebleven hoe hij de transformatie van water in al het andere in de wereld verklaarde. Traditionele scheppingsmythen, waaronder die van de Grieken, beweerden meestal dat de wereld uit de zee was voortgekomen, of anders uit een soort waterige, oersoep. Thales zelf heeft deze tradities misschien in gedachten gehad toen hij zijn eigen beweringen deed. In ieder geval is het waarschijnlijker dat hij water zag als iets dat tijdelijk op de eerste plaats stond in de volgorde van de schepping, als de vroegste bron in plaats van het basisingrediënt van de dingen.

DE EERSTE BEMANNEN VLUCHT

In het volgende verslag vertelt de Romeinse dichter Ovidius het verhaal van de tragische ontsnapping van Daedalus en Icarus uit Kreta.

richtte zijn geest op onbekende kunsten en veranderde de natuurwetten. Hij legde de veren op volgorde, eerst de kleinste, een beetje groter ernaast, en zo vervolgde hij de manier waarop panpijpen geleidelijk omhoog gingen. Hij maakte ze vast met touw en was, in het midden, onderaan, zo, en boog ze, zachtjes gebogen, zodat ze er zeker uitzagen als vleugels van vogels. En Icarus, zijn zoon, stond erbij en keek naar hem…. Toen het eindelijk klaar was, zweefde zijn vader, in evenwicht, in de bewegende lucht, en gaf zijn zoon les; “Ik waarschuw je, Icarus, vlieg een middenkoers: ga niet te laag, anders zal het water de vleugels verzwaren; ga niet te hoog, of het vuur van de zon zal ze verbranden. Blijf op de middenweg …”

Ver weg, ver beneden, kijkt een visser toe terwijl de hengel zakt en trilt over het water, een herder laat zijn gewicht rusten op zijn boef, een ploeger op de handvatten van de ploegschaar, en ze kijken allemaal omhoog, in absolute verbazing, over de lucht die erboven werd verspreid. Het moeten goden zijn!

Ze waren boven Samos, het heilige eiland van Juno, Delos en Paros aan de rechterkant, en een ander eiland, Calymne, rijk aan honing. De jongen dacht Dit is geweldig en liet zijn vader achter, zweefde hoger, hoger, aangetrokken tot de uitgestrekte hemel, dichter bij de zon, en de was die de vleugels vasthield smolt in die felle hitte, en de blote armen sloegen op en neer in de lucht, en het ontbreken van een roeispaan greep niets aan. “Vader!” riep hij, en “Vader!” totdat de blauwe zee hem tot zwijgen bracht, noemen de donkere watermannen nu de Icarische Zee.

Bron: Ovidius, Metamorphoses, vertaald door Rolfe Humphries (Bloomington: Indiana University rress, 1955).

Cyclische benadering. Met Anaximander is de situatie abstracter, aangezien hij een onbepaald, grenzeloos materiaal voorstelde als de oorsprong van wat is. In plaats van een specifieke stof, zoals water of lucht, is het apeiron de onbepaalde en ongedifferentieerde bron van alles in het universum. Alle dingen ontstaan er van nature uit door scheiding, en lossen er ook met regelmatige tussenpozen weer in op. Het proces waardoor de dingen tevoorschijn komen en terugkeren, lijkt bovendien ook gebonden te zijn aan een soort moreel principe , aangezien Anaximander zou hebben geschreven (in wat misschien wel ons eerste directe citaat van een Griekse denker is) dat dit gebeurt ‘naar behoefte, want ze betalen elkaar straf en vergelding voor hun onrecht volgens de regeling van tijd.” Deze theorie suggereert een groots, cyclisch proces van generatie en vernietiging dat uiteindelijk evenwicht en symmetrie bewaart, alsof er een wet van behoud aan het werk is.

Anaximenes. Er zijn geen aanwijzingen of Thales of Anaximander de vraag heeft beantwoord hoe het universum precies is ontstaan uit water of het Grenzeloze. Het is met de derde van de Milesiërs, Anaximenes, dat deze kwestie werd aangepakt. Zijn bewering dat aêr (“lucht” of “mist”) het primaire element is, lijkt op het eerste gezicht misschien een stap terug ten opzichte van Anaximanders meer abstracte apeiron. Door deze stap kon de jongste Milesian echter een mechanisme voor verandering voorstellen. Latere verslagen melden dat, volgens Anaximenes, de condensatie en verdunning van lucht de basisstoffen van de wereld doen ontstaan. In de woorden van een late commentator: “Fijner gemaakt, lucht wordt vuur; dikker gemaakt, het wordt wind, dan wolk, dan (wanneer nog meer verdikt) water, dan aarde, dan stenen. Al het andere komt hieruit voort.”

Schepping. Met Anaximenes hebben we dus wat het eerste verslag van de mechanica van de schepping zou kunnen worden genoemd. De schepping van het universum, samen met alle waarneembare veranderingen daarin, worden hier gereduceerd tot de werking van twee eenvoudige, fysieke processen die werken op een al even eenvoudig, fysiek materiaal.Het is waarschijnlijk dat directe, empirische observatie van dergelijke natuurlijke gebeurtenissen zoals verdamping en bevriezing ondersteuning bood voor zijn theorie en deze zelfs geïnspireerd zou kunnen hebben.

Bronnen

Jonathan Barnes, Early Greek Philosophy ( Harmondsworth, VK & c New York: Penguin, 1987).

Charles H. Kahn, Anaximander and the Origins of Greek Cosmology (New York: Columbia University Press , 1960).

Geoffrey Stephen Kirk en John Earle Raven, eds., The Presocratic Philosophers: A Critical History with a Selection of Texts (Cambridge: Cambridge University Press, 1957).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *